vier
op een dinsdag in de tweede verzonnen we een geheimschrift
voor ons alleen
zodat we schrijven konden wat we schrijven wilden
‘wat voor vorm moet de a zijn?’
‘hmm’
‘de d is plat’
‘b klinkt als een dikke onderkant’
‘e is open en scherp’
‘en de s is eigenlijk perfect’
‘huh?’
‘de s’
ze tekende hem op mijn bovenbeen
‘ik schrijf iets, en jij moet raden’
‘oké’
r
dit is een r
lijkt me een k